Wim geeft antwoord

‘Ik ben vrijwilliger in een hospice en vanochtend sprak ik met iemand die komende week zal gaan overlijden. Bij het weggaan kon ik dat achter me laten, omdat ik weet dat anderen in het team het van mij overnemen. Het is fijn om bij deze groep vrijwilligers te horen. Om daar onderdeel van te kunnen zijn. Ze hebben mij er in betrokken vanwege mijn kwaliteiten en om wie ik ben. Het is een team van gelijkgestemde mensen, die allemaal anders zijn. Dat geeft me vertrouwen. Ik krijg daar heel veel positieve energie van. Natuurlijk ben ik wel eens verdrietig vanwege de situatie van de bewoners van het hospice, maar ik ga nooit met een rotgevoel weg. Ik weet dat iemand het op de goede manier van mij overneemt.
Positieve energie krijg ik ook van het toneelspelen bij een toneelclub en van de liefde van mijn stiefdochter. Na mijn scheiding besloot zij bij mij te blijven wonen en niet met haar moeder mee te gaan. Het was helemaal haar eigen besluit en niet gericht tegen iemand maar voor iemand. We hebben een hele goede band samen. Zij beschouwt mij als haar vader en dat ben ik natuurlijk ook. Ze is nu al meer dan twintig jaar bij mij. Haar trouw aan mij heeft mij de kracht gegeven om door te gaan na mijn scheiding. Langzaam ben ik er bovenop gekomen en daarbij speelde ook het vrijwilligerswerk een grote rol. Vrijwilligerswerk doe je ook om wat terug te krijgen. Dat mag van mezelf. Ik krijg er geen geld voor maar wel ‘dank je wel’ en dat is eigenlijk veel belangrijker. Ik help en voel me daardoor een beter mens.’

 

Wim geeft antwoord

‘Ik ben vrijwilliger in een hospice en vanochtend sprak ik met iemand die komende week zal gaan overlijden. Bij het weggaan kon ik dat achter me laten, omdat ik weet dat anderen in het team het van mij overnemen. Het is fijn om bij deze groep vrijwilligers te horen. Om daar onderdeel van te kunnen zijn. Ze hebben mij er in betrokken vanwege mijn kwaliteiten en om wie ik ben. Het is een team van gelijkgestemde mensen, die allemaal anders zijn. Dat geeft me vertrouwen. Ik krijg daar heel veel positieve energie van. Natuurlijk ben ik wel eens verdrietig vanwege de situatie van de bewoners van het hospice, maar ik ga nooit met een rotgevoel weg. Ik weet dat iemand het op de goede manier van mij overneemt.
Positieve energie krijg ik ook van het toneelspelen bij een toneelclub en van de liefde van mijn stiefdochter. Na mijn scheiding besloot zij bij mij te blijven wonen en niet met haar moeder mee te gaan. Het was helemaal haar eigen besluit en niet gericht tegen iemand maar voor iemand. We hebben een hele goede band samen. Zij beschouwt mij als haar vader en dat ben ik natuurlijk ook. Ze is nu al meer dan twintig jaar bij mij. Haar trouw aan mij heeft mij de kracht gegeven om door te gaan na mijn scheiding. Langzaam ben ik er bovenop gekomen en daarbij speelde ook het vrijwilligerswerk een grote rol. Vrijwilligerswerk doe je ook om wat terug te krijgen. Dat mag van mezelf. Ik krijg er geen geld voor maar wel ‘dank je wel’ en dat is eigenlijk veel belangrijker. Ik help en voel me daardoor een beter mens.’