Najiha geeft antwoord

Nadat Kim haar antwoord had gegeven, nu het antwoord van Najiha:

 

‘Ik zit nu midden in de Ramadan maand. Het is de maand waarin je extra denkt aan de minder bedeelden in de maatschappij. Als ik daar dan aan denk, dan denk ik dat we het eigenlijk heel goed hebben. Ik vast de hele dag, maar ‘s avonds is er wel een maaltijd op tafel. Soms zelfs te overvloedig en dan zie je de beelden van die vluchtelingen en ook die zitten in de Ramadan en zullen ook wel vasten, maar ze zitten ook in de ellende en hebben het helemaal niet zo goed als wij hier. Soms denk ik heus wel dat het voor mij hier niet makkelijk is, maar door de beelden die ik zie op tv, word ik me er weer van bewust dat het hier wel goed is. Ik ben niet iemand die heel gauw klaagt, maar soms is het toch moeilijk. Maar dan tel ik de goede dingen in mijn leven. Ik heb een man en drie kinderen en een dak boven mijn hoofd.

Ik heb gelukkig nog een vaste baan en familie om mij heen. Sommigen zijn niet gezond. Ik heb bijvoorbeeld een zus die nierproblemen heeft en die wacht op een nieuwe nier. Ik had er bijna één kunnen geven, maar het klopte toch niet helemaal en ja dan realiseer ik me dat ik het goed heb. Ik probeer zo goed mogelijk naar het positieve te kijken. Ik laat mensen in hun waarde en probeer een goede luisteraar te zijn. Ik heb ook een goed voorbeeld aan mijn moeder gehad, denk ik. Ze deed er thuis alles aan om het goed te laten verlopen, om de vrede te bewaren. Ik probeer dat nu thuis ook zo te doen. Mijn moeder is een sterke vrouw geworden. Daar heb ik erg veel respect voor. Wij klagen wel over ons huidige leven, maar vroeger was het lastig voor hen en zij had tien kinderen. Ja, mijn moeder is het grote voorbeeld.

Ik wil mijn kinderen niet laten meemaken wat ik heb meegemaakt en daarom pas ik op de vrede. Ik merk ook dat mensen om mij heen die veel lastige ervaringen hebben meegemaakt eerder klaar staan voor anderen.’

 

Najiha geeft antwoord

Nadat Kim haar antwoord had gegeven, nu het antwoord van Najiha:

 

‘Ik zit nu midden in de Ramadan maand. Het is de maand waarin je extra denkt aan de minder bedeelden in de maatschappij. Als ik daar dan aan denk, dan denk ik dat we het eigenlijk heel goed hebben. Ik vast de hele dag, maar ‘s avonds is er wel een maaltijd op tafel. Soms zelfs te overvloedig en dan zie je de beelden van die vluchtelingen en ook die zitten in de Ramadan en zullen ook wel vasten, maar ze zitten ook in de ellende en hebben het helemaal niet zo goed als wij hier. Soms denk ik heus wel dat het voor mij hier niet makkelijk is, maar door de beelden die ik zie op tv, word ik me er weer van bewust dat het hier wel goed is. Ik ben niet iemand die heel gauw klaagt, maar soms is het toch moeilijk. Maar dan tel ik de goede dingen in mijn leven. Ik heb een man en drie kinderen en een dak boven mijn hoofd.

Ik heb gelukkig nog een vaste baan en familie om mij heen. Sommigen zijn niet gezond. Ik heb bijvoorbeeld een zus die nierproblemen heeft en die wacht op een nieuwe nier. Ik had er bijna één kunnen geven, maar het klopte toch niet helemaal en ja dan realiseer ik me dat ik het goed heb. Ik probeer zo goed mogelijk naar het positieve te kijken. Ik laat mensen in hun waarde en probeer een goede luisteraar te zijn. Ik heb ook een goed voorbeeld aan mijn moeder gehad, denk ik. Ze deed er thuis alles aan om het goed te laten verlopen, om de vrede te bewaren. Ik probeer dat nu thuis ook zo te doen. Mijn moeder is een sterke vrouw geworden. Daar heb ik erg veel respect voor. Wij klagen wel over ons huidige leven, maar vroeger was het lastig voor hen en zij had tien kinderen. Ja, mijn moeder is het grote voorbeeld.

Ik wil mijn kinderen niet laten meemaken wat ik heb meegemaakt en daarom pas ik op de vrede. Ik merk ook dat mensen om mij heen die veel lastige ervaringen hebben meegemaakt eerder klaar staan voor anderen.’