Carolien geeft antwoord

Ze is één van de oudste deelnemers aan het project en ik was benieuwd naar haar antwoord op de vraag waarom het goed gaat in haar leven.

 

‘Ik heb maar één motto en dat is ‘de paden op, de lanen in’. Vanaf mijn jeugd ben ik daar mee opgevoed. Ik kon wel leuk leren, maar mijn moeder wilde mij als dienstmeisje. Dat wilde ik niet. Van mijn ouders mocht ik na de lagere school niet verder studeren, maar uiteindelijk kreeg ik toch mijn zin. Na de Ulo heb ik op kantoor gewerkt. Dat vond ik fijn. Ik ben veel gewisseld van baan en kwam steeds hoger op. In de oorlog was het misschien wel het leukst, omdat we spannende dingen deden. We brachten onder andere krantjes rond. Ik heb me in die tijd het best gevoeld. Er was veel vriendschap, gemeenschap en spanning, hoewel er natuurlijk ook dingen gebeurden die niet leuk waren. We deelden veel bietensoep uit aan mensen die het nodig hadden. Mijn man was in dienst. Het was een hele lieve man. Ik heb ook de liefste kinderen gekregen. Ze zijn altijd hun eigen koers gaan varen net als ik. Ik heb eigenlijk heel mijn leven geluk gehad. Op een gegeven moment kreeg ik wel last van mijn ogen en kon ik niet meer werken. Ik ben toen voor 100% afgekeurd. Ik bleek MS te hebben. Ondanks dat ben ik altijd gelukkig geweest. Nu zing ik nog elke morgen. Ik schilder en hou van gedichten. Eén gedicht zeg ik iedere dag op en daar leef ik naar. De gedachten zijn vrij. Daar leef ik naar!’

 

Hierbij het gedicht waar ze het over heeft:

De gedachten zijn vrij
wie raadt ze daarbinnen.
Ze dansen voorbij
als nachtelijke schimmen.
Geen mens kan ze naken
geen jager ze raken.
Laat wezen wat ook zij
de gedachten zijn vrij!

Ik denk mij wat ik wil
in heimelijke dromen
Haar zoetheid laat ik stil
mijn hart te doorstromen.
Men kan toch daarbinnen
steeds lachen en minnen.
Laat wezen wat ook zij
en denken wat ook zij.
De gedachten zijn vrij!

 

Carolien geeft antwoord

Ze is één van de oudste deelnemers aan het project en ik was benieuwd naar haar antwoord op de vraag waarom het goed gaat in haar leven.

 

‘Ik heb maar één motto en dat is ‘de paden op, de lanen in’. Vanaf mijn jeugd ben ik daar mee opgevoed. Ik kon wel leuk leren, maar mijn moeder wilde mij als dienstmeisje. Dat wilde ik niet. Van mijn ouders mocht ik na de lagere school niet verder studeren, maar uiteindelijk kreeg ik toch mijn zin. Na de Ulo heb ik op kantoor gewerkt. Dat vond ik fijn. Ik ben veel gewisseld van baan en kwam steeds hoger op. In de oorlog was het misschien wel het leukst, omdat we spannende dingen deden. We brachten onder andere krantjes rond. Ik heb me in die tijd het best gevoeld. Er was veel vriendschap, gemeenschap en spanning, hoewel er natuurlijk ook dingen gebeurden die niet leuk waren. We deelden veel bietensoep uit aan mensen die het nodig hadden. Mijn man was in dienst. Het was een hele lieve man. Ik heb ook de liefste kinderen gekregen. Ze zijn altijd hun eigen koers gaan varen net als ik. Ik heb eigenlijk heel mijn leven geluk gehad. Op een gegeven moment kreeg ik wel last van mijn ogen en kon ik niet meer werken. Ik ben toen voor 100% afgekeurd. Ik bleek MS te hebben. Ondanks dat ben ik altijd gelukkig geweest. Nu zing ik nog elke morgen. Ik schilder en hou van gedichten. Eén gedicht zeg ik iedere dag op en daar leef ik naar. De gedachten zijn vrij. Daar leef ik naar!’

 

Hierbij het gedicht waar ze het over heeft:

De gedachten zijn vrij
wie raadt ze daarbinnen.
Ze dansen voorbij
als nachtelijke schimmen.
Geen mens kan ze naken
geen jager ze raken.
Laat wezen wat ook zij
de gedachten zijn vrij!

Ik denk mij wat ik wil
in heimelijke dromen
Haar zoetheid laat ik stil
mijn hart te doorstromen.
Men kan toch daarbinnen
steeds lachen en minnen.
Laat wezen wat ook zij
en denken wat ook zij.
De gedachten zijn vrij!