Anita geeft antwoord

Waarom gaat het goed in je leven, Anita?

 

‘Ik ben blij met mijn leven zoals het nu gaat. Ik heb het ook wel eens slechter gehad. Ik ben nu met kleine dingen gelukkig en tevreden. Ik heb mezelf nu gevonden. Ik laat nu de periode dat het slecht ging achter me. Ik kan elke dag lachen en blij zijn. Dat is mooi. Vanaf klein kind had ik al epilepsie. Dat heb ik van mijn vader geërfd. Vanaf mijn pubertijd kreeg ik er veel last van. Ik kreeg wel medicijnen maar ik ging er slordig mee om. Ik werd er verdrietig van. Wat deed ik fout? Vroeger had ik ook heel veel zogenaamde vrienden. Nu is dat niet meer zo. Ik kan ze op één hand tellen, maar dit is goed voor me. Het zijn trouwe mensen. De rest was mijn vriendschap niet waard. Ze waren niet echt. Ze hadden mij nodig of misbruikten de situatie. Ze keken ook niet prettig naar mij als ik een aanval had. Ze lachten me achter mijn rug uit, maakten video’s van mij als ik een aanval had. Dat was heel vervelend. Ik moest er mee leren leven. Ik ben er zo blij mee dat ik het nu sinds de laatste jaren onder controle heb. Ik ben me zekerder gaan voelen. Mijn hele familie woont in Kroatië en dat is ook soms lastig maar ik heb goed contact met ze en ga er vaak heen. Ik werkte daar in Kroatië aan de kust, op het strand. Daar leerde ik een familie kennen uit Gouda en uiteindelijk ben ik bij hun gaan wonen, hier in Gouda. Op een goede dag zijn ze me op komen halen. Ik werk nu al negentien jaar bij dezelfde baas. Ik doe daar magazijn werkzaamheden en heb veel geleerd. Dat was allemaal goed. Omdat ik me goed voel maak ik ook weer makkelijker contact met andere mensen.’

 

Anita geeft antwoord

Waarom gaat het goed in je leven, Anita?

 

‘Ik ben blij met mijn leven zoals het nu gaat. Ik heb het ook wel eens slechter gehad. Ik ben nu met kleine dingen gelukkig en tevreden. Ik heb mezelf nu gevonden. Ik laat nu de periode dat het slecht ging achter me. Ik kan elke dag lachen en blij zijn. Dat is mooi. Vanaf klein kind had ik al epilepsie. Dat heb ik van mijn vader geërfd. Vanaf mijn pubertijd kreeg ik er veel last van. Ik kreeg wel medicijnen maar ik ging er slordig mee om. Ik werd er verdrietig van. Wat deed ik fout? Vroeger had ik ook heel veel zogenaamde vrienden. Nu is dat niet meer zo. Ik kan ze op één hand tellen, maar dit is goed voor me. Het zijn trouwe mensen. De rest was mijn vriendschap niet waard. Ze waren niet echt. Ze hadden mij nodig of misbruikten de situatie. Ze keken ook niet prettig naar mij als ik een aanval had. Ze lachten me achter mijn rug uit, maakten video’s van mij als ik een aanval had. Dat was heel vervelend. Ik moest er mee leren leven. Ik ben er zo blij mee dat ik het nu sinds de laatste jaren onder controle heb. Ik ben me zekerder gaan voelen. Mijn hele familie woont in Kroatië en dat is ook soms lastig maar ik heb goed contact met ze en ga er vaak heen. Ik werkte daar in Kroatië aan de kust, op het strand. Daar leerde ik een familie kennen uit Gouda en uiteindelijk ben ik bij hun gaan wonen, hier in Gouda. Op een goede dag zijn ze me op komen halen. Ik werk nu al negentien jaar bij dezelfde baas. Ik doe daar magazijn werkzaamheden en heb veel geleerd. Dat was allemaal goed. Omdat ik me goed voel maak ik ook weer makkelijker contact met andere mensen.’